In Dordrecht hebben zich in de 18e eeuw twee Boekee's gevestigd vanuit Duitsland (Minfeld). Het geslacht is afkomstig uit Frankrijk, waarschijnlijk uit Sainghen-en-Weppes, en is eind 17e eeuw met een aantal andere protestanten uitgeweken naar Billigheim (bij Mannheim) en vandaar in Minfeld en Freckenfeld gaan wonen. Bij het huwelijk van Nicolaas is zijn oom Jacob getuige. Het gaat dus om twee leden van hetzelfde geslacht, dat van oorsprong Bocquet heette. De Duitse leden van het geslacht voeren voor een deel thans de naam Bouquet, en voor een ander deel de naam Bucke. Er is een Amerikaanse uitloper van het geslacht dat de naam Buckey voert. De beide personen Johann Jacob en Johann Nicolaas worden op de site afzonderlijk behandeld. Beiden zijn protestant (Gereformeerd of Luthers).
Jacob (A) is na het overlijden van zijn tweede vrouw teruggekeerd naar Minfeld. Zijn kinderen gaan naar Leerdam, waar zijn beide dochters trouwen met leden uit de glasblazersgeslachten Meder en Wiegel. Deze vertrekken later naar Vrijenban (Delft) naar de glasfabriek aldaar. Ook zijn zoon Abram gaat met hen mee en trouwt in Delft.
Nicolaas (B) is niet in Dordrecht gebleven, maar met onbekende bestemming vertrokken. Zijn vrouw blijft achter in Dordrecht met de kinderen Frans en Sofia. Een andere zoon Nicolaas komt als jager (infanterist) om in Rusland tijdens de grote verldtocht van Napoleon. Frans ontwikkelt zich tot uitgever en boekhandelaar en levert hiermee een bijdrage aan de aktiviteiten van de 19e eeuwse boekdrukkers en -handelaren in Dordrecht. Hij heeft een dertigtal boeken uitgegeven, meest historische en godsdienstige romans, maar ook een vijfdelige serie over het leven van Michiel de Ruyter en een dertiendelige serie voor twee hoogleraren van de universiteiten van Franeker en Amsterdam. Een aantal van zijn boeken is te vinden in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage. Zijn dochter Pieternella en zijn stiefzoon Abram Crollius hebben na zijn overlijden de boekhandel voortgezet.