De Familiekronieken Boekee.


Datum laatste wijziging: 25 maart 2016.

Overzicht van de Familiekronieken.

In de reeks familiekronieken Boekee wordt het leven van de leden van de Nederlandse geslachten Boekee uitvoeriger besproken. De stambomen van de Nederlandse geslachten Boekee zijn eerder verschenen onder de naam “Nederlandse geslachten Boekee”. Dit boek geeft een overzicht van de personen die tot een van deze geslachten behoren.

In de familiekronieken wordt steeds van een of meer generaties van een geslacht een uitvoeriger beeld van hun leven gegeven door de tot dusver bekende gegevens over hen uit te werken en te plaatsen in de tijd en omgeving waarin zij leefden. De familiekronieken zijn ingedeeld per geslacht en hebben elk een omvang van 100 – 200 bladzijden. In het eerste gedeelte wordt het leven van de betrokken personen en hun naasten besproken. In het tweede gedeelte is als bijlage het archiefmateriaal opgenomen dat over hen is gevonden. Verder worden vaak aanverwante families besproken en wordt ingegaan op de (Nederlandse) geschiedenis om zo een achtergrond te schetsen van de tijd waarin ze leefden en van hetgeen toen maatschappelijk speelde.

Tot dusver zijn van de geslachten Boekee tien delen van de Familiekroniek verschenen. Ze beschrijven:

I. Het Rijnlandse geslacht. De stamvader Jan Boucquet woonde in Pays de Lalloue in het huidige Noord-Frankrijk. Zijn oudste zoon, Antoine Boucquet, heeft vier getrouwde zoons gehad, nl. Anthoni, Abraham, Jacob en Teunis. Hun nakomelingen vormen de takken A, B, C en D. Alleen de takken A en D kennen thans nog nakomelingen.

De oude geschiedenis is besproken in de delen 2, 3, 4, 5, 7, 9 en 10 en de recente geschiedenis in de delen 1 en 8.

II Het Dordse geslacht. Stamvader is Isaac Bocquet, die afkomstig is uit de naaste omgeving van het eerder genoemde Pays de Lalloue. Het geslacht woonde vanaf eind 1688 in Duitsland en waaierde uit naar Nederland en de V.S. Een van zijn nakomelingen, F. Boekee (Frans), heeft in Dordrecht als boekhandelaar een groot aantal boeken uitgegeven.

In deel 6 van de kronieken wordt dit geslacht behandeld.

III Het Hoekse geslacht. Stamvader is Joos Bocke afkomstig uit Leffingen (België). Het geslacht heeft tot rond 1800 in Zeeuws-Vlaanderen gewoond en vanaf die tijd in en rond de Hoekse Waard.

De beknopte genealogie van dit geslacht over de periode in Zeeuws-Vlaanderen is als publicatie verschenen in het tijdschrift “Van Zeeuwse Stam”. Een uitvoeriger Familiekroniek is in voorbereiding.


In de reeks Familiekronieken zijn verschenen:

deel 1, de Vlaardingse tak, ’s Gravenhage, mei 2000.

deel 2, het Rijnlands geslacht: de eerste generaties Boucquet–Boecké–Boekee in Rijnsburg, Katwijk aan de Rijn en Leiden, ’s Gravenhage, juni 2001.

deel 2A, een eerste overzicht van de families Boekee (Boucquet, Bocque, Boecke), ’s Gravenhage, mei 2002.

deel 3, het Rijnlandse geslacht: de derde generatie van tak D (nageslacht van Jan Teunisse Bouqué), ’s Gravenhage, februari 2003.

deel 4, het Rijnlandse geslacht: de derde generatie van takken B en C, ’s Gravenhage, oktober 2003.

deel 5, het Rijnlandse geslacht: de vierde generatie van tak D (nageslacht van Jan Teunisse Bouqué), ’s Gravenhage, januari 2005.

deel 6, het Duitse geslacht Bouquet – Bucke (Bocquet, Boekee, Buckey) met twee Nederlandse uitlopers, ’s Gravenhage, september 2010.

deel 7, het Rijnlandse geslacht: de vierde generatie van tak A (nageslacht van Anthoni Anthonisz Boucquet), ’s Gravenhage, augustus 2011.

deel 8, het Rijnlandse geslacht: de Delftse uitloper van tak D (nageslacht van Jan Boekee), ’s Gravenhage, mei 2012.

deel 9, het Rijnlandse geslacht: de vijfde t/m achtste generatie van tak B (nageslacht van Abraham Teunisz Boekee), 's Gravenhage, december 2012.

deel 10, het Rijnlandse geslacht: de vijfse t/m negende generatie van tak A (nakomelingen van Huibert, Teunis en Pieter Boekee), ’s Gravenhage, februari 2016.


Overige publicaties over de geslachten Boekee:

D.E. Boekee, De naam Boekee, in C.D. Goudappel et.al. (red.), Genealogische en historische encyclopedie van Delft, Gen.Ver. Prometheus, Delft, 1984, p. 40-41.

D.E. Boekee, stamreeks Boekee, in: J. Bos-Bliek et. al. (red.), Onze Voorouders deel IV, afd. Rijnland NGV, Leiden, 2001, p. 1-8.

D.E. Boekee, Het Geslacht Bocque/Bocquet/Boekee in Zeeuws Vlaanderen, in: Van Zeeuwse Stam, nr. 145, juni 2009, p. 67-82.


Deel 1. Het Rijnlandse geslacht, de Vlaardingse tak, ’s Gravenhage, mei 2000, 123 pag.

In dit eerste deel van de genealogie van het Rijnlandse geslacht Boekee wordt de Vlaardingse tak besproken, die begint met Daniel Boekee (1740-1800) uit de vijfde generatie. Hij kwam omstreeks 1764 vanuit Katwijk naar Vlaardingen, vermoedelijk als seizoenarbeider. Hij trouwde in 1765 met Aaltje Toone Hoogendoorn en werd daarmee de stamvader van de Vlaardingse tak van de familie Boekee. Zijn nazaten hadden er beroepen als kuiper, zeeman en schipper. Ze bleven tot het begin van de 20e eeuw in Vlaardingen wonen. Daarna vertrokken ze onder meer naar Schiedam en Amsterdam.


Deel 2. Het Rijnlandse geslacht, de eerste generaties Boucquet - Boecké - Boekee in Rijnsburg, Katwijk aan de Rijn en Leiden. 's Gravenhage, juni 2001, 225 pag.

In het tweede deel worden de eerste generaties Boekee in Rijnsburg, Katwijk en Leiden worden behandeld. De stamvader is Antoine (Teunisz) Boucquet (circa 1610-1669/1674), die waarschijnlijk rond 1635 in Keiem of omgeving in het huwelijk trad. Hij is afkomstig uit het Noord-Franse Lalloene of Pays de l'Alleu of Lalleu, dat ten westen van Rijssel (Lille) tussen de rivieren Lys en Lawe ligt. Bij de behandeling van de tweede generatie in het Rijnland worden ook verwante geslachten beschreven, zoals de families Boquet, Roskam, Le Fort (Sterckeman) en van der Brom. Verder wordt een uitgebreide bewijsvoering gegeven voor enkele gemaakte keuzes. Tenslotte bevat dit deel als bijlagen vele akten over deze families.


Deel 2A. Nederlandse geslachten Boekee (Boucquet, Bocque, Boecke), een eerste overzicht. 's Gravenhage, mei 2002, 161 pag.

In het licht van de ontwikkelingen om via internet genealogische gegevens bekend te maken, wordt hierin een voorlopig en beknopt overzicht van de resultaten van het onderzoek gepubliceerd. Voor de niet-internet-gebruikers is dit boekwerk gemaakt. Behandeld worden zes geslachten Boekee, waarvan er vier zijn uitgestorven, namelijk een Delftse, een Amsterdamse en twee Dordse families. Het Rijnlandse geslacht afkomstig uit Laloue bij Lille en het Hoekse geslacht uit Zeeuws-Vlaanderen vormen de nog bestaande families.


Deel 3.Het Rijnlandse geslacht, de derde generatie van tak D (nageslacht van Jan Theunisse Bouqué), 's Gravenhage, februari 2003, 143 pag:

Uit het gezin van Antoine Boucquet zijn vier zoons voorgekomen die kinderen hebben gekregen, nl. Anthonij, Abraham, Jacob en Jan. Gelet op de omvang van het Rijnlandse geslacht is het daarom onderverdeeld in vier takken, nl. tak A (nageslacht van Anthonij), tak B (nageslacht van Abraham), tak C (nageslacht van Jacob) en tak D (nageslacht van Jan). In deel 3 van de Familiekronieken worden de lotgevalllen van de derde generatie van tak D, het nageslacht van de jongste zoon van Antoine Boucquet, genaamd Jan (meestal Jan Theunisse Bouqué genaamd) besproken, zoals perikelen rondom een erfenis. Verder bevat dit deel een veertigtal akten die een beeld geven van hun leven in Rijnsburg. Naast de familie Boekee wordt ook aandacht besteed aan de geslachten De Vos, Blanker(t)s en Moraal.


Deel 4. Het Rijnlandse geslacht, de derde generatie van de takken B en C, 's Gravenhage, oktober 2003, 260 pag.

Deel 4 behandelt de nakomelingen van Abraham Teunisz (tak B) en Jacob Teunisz Boekee (tak C). Het merendeel blijft in Rijnsburg, maar enkelen vertrekken en wel naar Warmond en Noordwijk.  De lotgevallen van Ariaantje Abramsdr (ten onrechte soms als Ariaantje Teunisdr vermeld) komen uitvoerig aan de orde. Tak C kent na deze generatie geen nakomelingen meer en wordt dus in dit deel beeindigd. Ook aanverwante families als Beekman, Buitenom, van der Codden, Ravensbergen, Rous (Lelieveld), van der Sman en Zwaan komen ter sprake. Er is wederom een groot aantal akten bijgevoegd.


Deel 5, het Rijnlandse geslacht: de vierde generatie van tak D (nageslacht van Jan Teunisse Bouqué), ’s Gravenhage, januari 2005, 244 pag.

Deel 5 sluit aan op deel 3 en behandelt de zes nakomelingen van Jan Teunisse Bouqué. Het merendeel van hen woont in Rijnsburg, maar zijn zoons Jan en Gerrit wonen ook in Amsterdam en Leiderdorp.  Hun leven, dat zich voornamelijk in de tweede helft van de 18e eeuw beweegt, vertoont onderling grote verschillen. Mede omdat hij de goederen van zijn vader erft wordt Teunis de meest welvarende. In dit deel komen ook leden van de families Zwaan, van Leeuwen en van Egmond, alle drie welbekend in Rijnsburg, in meer of mindere mate aan bod. Ook in dit deel is een groot aantal akten bijgevoegd.


Deel 6, het Duitse geslacht Bouquet – Bucke (Bocquet, Boekee, Buckey) met twee Nederlandse uitlopers, ’s Gravenhage, september 2010, 223 pag.

In deel 6 wordt ingegaan op de Dordse familie Boekee. Het geslacht heeft als stamvader Abraham Boekee, die in 1689 wordt geboren, in Minfeld (Dsl.) gaat wonen en daar kinderen laat dopen. Het geslacht is waarschijnlijk afkomstig uit Sainghen-en-Weppes, een dorp in de nabijheid van het Pays de Lalleu waaruit ook het Rijnlandse geslacht afkomstig is. Twee van zijn nakomelingen, nl Johan Jacob Bouquet en Johann Nicolaas Bouque, komen rond 1770 naar Dordrecht. Hun nakomelingen blijven in Nederland. Andere leden van het geslacht Bouquet vertrekken naar Amerika, onder andere naar Pennsylvanië en Maryland, waar een van hen het huidige dorp Buckeystown opbouwt. In Dordrecht is een nazaat, Frans Boekée, bekend geworden als boekhandelaar en uitgever van een groot aantal boeken, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek. Hij overlijdt in 1859. Het familiegraf van hem en zijn familie is nog altijd aanwezig op een beschermd gedeelte van de begraafplaats Essenhof in Dordrecht.


Deel 7, het Rijnlandse geslacht, de vierde generatie van tak A (nageslacht van Anthoni Anthonisz Boucquet), ’s Gravenhage, september 2010, 209 pag.

Deel 7 sluit aan op deel 2 en behandelt de vierde generatie van tak A van het Rijnlandse geslacht. Het merendeel van hen woont in Katwijk aan de Rijn, maar enkelen zijn naar Rijnsburg, Amsterdam, Leiden, Maassluis en Vlaardingen gegaan.  In dit deel wordt uitvoerig ingegaan op het in 1718 gevoerde strafproces tegen Trijntje van Dam en Griet Bocké, dat destijds veel stof deed opwaaien en nog altijd in een toeristische wandeling in Katwijk wordt genoemd. Verder wordt een huwelijksketen rondom Griet en haar tweede man Dirk Parlevliet besproken en komen ook leden van de families Meijer/van Dam/van Dijk en Breeroo/Brederode aan de orde. Ook in dit deel is een groot aantal akten bijgevoegd, zoals het geheel uitgewerkte verslag van het bovengenoemde strafproces.


Deel 8, het Duitse geslacht Bouquet – Bucke (Bocquet, Boekee, Buckey) met twee Nederlandse uitlopers, ’s Gravenhage, september 2010, 125 pag.

In deel 8 wordt ingegaan op de Delftse uitloper van het Rijnlandse geslacht. De stamvader is Jan Boekee, die in 1879 met zijn tweede vrouw Gerritje Roseeuw van Rijnsburg verhuist naar Delft, waar hij met zijn gezin gaat wonen in de Gasthuislaan 116. Vrijwel alle personen in Delft die de naam Boekee dragen behoren tot zijn nakomelingen. De auteur is enige tijd een van de weinige uitzonderingen geweest. Het boek bevat een aantal foto's en familieadvertenties van de familieleden. In verband met privacy zijn de gegevens van de jongste generaties beperkt opgenomen en zijn ook adresvermeldingen in familieadvertenties verwijderd.


Deel 9, het Rijnlandse geslacht: de vijfde t/m achtste generatie van tak B (nageslacht van Abraham Teunisz Boekee), 's Gravenhage, december 2012, 141 pag.

Deel 9 vormt de afsluiting van tak B, de nakomelingen van Abraham Boekee. Een deel van hen blijft in Rijnsburg en Katwijk Binnen wonen en leidt een eenvoudig leven. Een van hen, Jan Teunisz Boque, vestigt zich in Bennebroek en is daar enkele jaren schepen. Zijn kinderen kiezen voor een leven dat is verbonden met de zeevaart: ze gaan varen voor de V.O.C. of gaan naar Enkhuizen of Amsterdam. Een deel van Abraham's nakomelingen is Rooms-Katholiek geworden en woont en werkt in Noordwijk, Delft, Leiden en Rotterdam. Hun leven in grote steden is daarmee sterk verschillend van de andere familieleden. Drie mannen gaan als matroos of boordschutter voor de V.O.C. varen. Zij verdienden veel geld vergeleken met wat zij in hun dorp konden verdienen en het bood hen een leven vol nieuwe en onvergetelijke ervaringen. Het bracht helaas ook grote risico's met zich mee, zoals hun korte leven liet zien.


Deel 10, het Rijnlandse geslacht: de vijfde t/m achtste generatie van tak B (nageslacht van Abraham Teunisz Boekee), 's Gravenhage, december 2012, 249.

In deel 10 wordt met de behandeling van de generaties 5 - 8 van tak A de verbinding gelegd tussen deel 7 en deel 1, waarmee de beschrijving van tak A voltooid is. Een deel van de familieleden blijft in Rijnsburg en Katwijk Binnen wonen en houdt daarmee een leven in een agrarische omgeving.Dit kon ook een touwslagerij zijn voor het maken van visnetten. Een toenemend aantal echter vertrekt naar grotere plaatsen, vaak verband houdend met zeevaart en visserij. Maassluis, Vlaardingen en Enkuizen zijn hier voorbeelden van. Ook nu gingen enkelen varen voor de V.O.C. Van hen worden hun reizen besproken en de schepen waarop ze naar Indië of China voeren. In dit deel is ook een fragment genealogie opgenomen van het geslacht Groepenaar.


Bestellen: U kunt één of meer delen bestellen door te e-mailen naar: deboekee@gmail.com
De prijs van elk deel is €15,00, exclusief verzendkosten.